Toen ik begon met hardlopen, was mijn eerste doel om een volledige marathon uit te lopen. De eindtijd was daarbij voor mij niet belangrijk. Het gevoel om ooit een marathon ‘te temmen’, daar ging het mij om!
Daar stond ik dan, aan de start van ‘De Mooiste’, zoals ze dat in Rotterdam noemen. Kilometerslang was het een onvergetelijke ervaring van fakkels, muziek en de geur van bier langs het parcours. Tijdens de marathon maakte ik al snel de vergelijking met een zware bergetappe in de Tour de France. Wat gaaf om zo door het publiek in Rotterdam gedragen te worden! Even waande ik mij een topsporter.
De uiteindelijke eindtijd?
3 uur, 59 minuten en 59 seconden.In het hardloopjargon: een sub-4-marathon. Mijn geluk kon niet op!
Na die eerste ervaring begon de prestatiesporter in mij te knagen. Wat nou als ik de marathon onder de drie uur kon lopen? Dat zou toch tof zijn? Al snel begon ik aan een nieuw hardloopavontuur, waarbij de eindtijd mijn nieuwe doel was.
Maandenlang trainde ik, onder toeziend oog van mijn hardloopcoach, voor het uiteindelijke doel: een marathon onder de drie uur.
Alles moest wijken
Mijn ambitie was groot en mijn focus lag volledig op mijn hardloopdoel. Tijdens mijn trainingen, maar ook in mijn privéleven, moest bijna alles daarvoor wijken. In mijn trainingen deed ik vaak een schepje boven op mijn schema. Mijn duurlopen werden stiekem een stukje langer, mijn tempoblokjes veranderden in serieuze aanvallen op mijn PR op de 5K en langzame kilometers werden steeds sneller.
Ik kocht een hartslagmeter, zocht de beste schoenen uit en begon ook met het trainen op vermogen met Stryd.
Ook op het gebied van voeding ging mijn hardloopdoel een belangrijke rol spelen in de keuzes die ik maakte. Online vond ik een tool die voor mij berekende wat een paar kilo minder zou betekenen voor mijn eindtijd op de marathon. Dus kookte ik aparte maaltijden voor mijzelf en lag er een grote focus op de weegschaal. Ik deed er op mijn manier alles aan om mijn doel te behalen.
Hoewel deze ingrediënten op papier het juiste recept leken voor een sub-3-marathon en het mij het gevoel van een topsporter gaf, vormden ze in de praktijk een heel verkeerde cocktail. Mijn trainingen waren zwaar en soms moeilijk vol te houden. Op sommige dagen miste ik de energie die ik nodig had voor mijn kwaliteitstrainingen, omdat ik te veel bezig was met mijn gewicht.
De gevolgen waren groter dan ik dacht. Ik kreeg last van blessures en vermoeidheid en mijn doel raakte steeds verder uit het vizier.
Veel later dan gepland stond ik uiteindelijk toch aan de start van de marathon, voor mijn gevoel klaar om te knallen. Het werd in alle opzichten een grote teleurstelling en ik raakte mijn hardloopschoenen daarna wekenlang niet meer aan. Ik had niet alleen van de marathon verloren, maar was ook mijn plezier in hardlopen compleet kwijtgeraakt.
De lessen achter de teleurstelling
Achteraf was dit traject een waardevolle les voor mij, die ik goed kan gebruiken bij het begeleiden van mijn lopers. Zo heb ik geleerd wat de effecten zijn van de verschillende trainingsvormen. Waarom een herstelloop ook echt langzaam moet zijn om de juiste processen in het lichaam te activeren. Maar ook waarom zone 2-training geen verzameling verloren kilometers is.
Het heeft me ook geleerd dat iedere training tot het gaatje gaan wel zorgt voor het gevoel: ‘Ik heb lekker hard getraind’, maar er ook voor zorgt dat je in de dagen daarna niet de trainingsprikkel kunt verwerken die je nodig hebt.
Tijdens het traject ben ik een opleiding Sport & Voeding gaan doen. Die heeft mij waardevolle inzichten gegeven in welke macronutriënten, oftewel voedingsstoffen, kunnen helpen om te presteren, maar ook om te herstellen. En dat het schrappen van koolhydraten een slecht idee is voor een hardloper!
Ook de relatie tussen de coach en de loper is ontzettend belangrijk. Ik had veel vaker kunnen en moeten delen dat ik ondertussen bezig was met het verliezen van overtollige kilo’s. Dan had mijn coach mij hierin beter kunnen adviseren en kunnen wijzen op de gevolgen voor mijn trainingsprogramma.
Maar het belangrijkste besef dat ik tijdens deze hele ervaring heb gekregen, was dat ik het plezier in hardlopen was verloren. Het heeft moeite gekost om die schoenen weer uit de kast te halen en opnieuw te genieten van het hardlopen, zoals ik dat tijdens mijn eerste marathon deed.
Een nieuwe stip op de horizon
Maanden later pakte ik de draad met mijn coach weer op. Ik zette een nieuwe stip op de horizon. Mijn nieuwe doel? Een trail van 60 kilometer finishen, maar zonder eindtijd en met plezier in het lopen.
Dat lukte.
Het gevoel daarna? Misschien niet alsof ik een zware bergetappe had gewonnen, maar wel alsof ik in het geel finishte in Parijs.
Zonder plezier geen prestatie.

